
maar ‘t is nie eerlijk
om iemand
op een slappe koord
uit balans te brengen
als ge toch al weet
da ge die nie
zult opvangen

maar ‘t is nie eerlijk
om iemand
op een slappe koord
uit balans te brengen
als ge toch al weet
da ge die nie
zult opvangen

Ik voel mij
precies
gelijk zo’n
muilezeltje
en gij
gij moogt
mijn mandjes
helpen dragen
alleen
als ge niemand zegt
wat er inzit

dat ge uw wimpers
moet wegblazen
en dan een wens
kunt doen
en de blaadjes
van madeliefjes
moet plukken
tot hij van u houdt
dat marcheert niet
mensen
die durven u nogal eens wat wijsmaken

Ik zie u ZO graag
zegt ge
terwijl ge uw armen
wijd naast
uw lichaam
strekt
maar da’s niet eerlijk
want met mijn
korte armpjes
kan ik u nooit
even graag zien
als gij
mij

Maar hoe kunt gij weten wat dat is.
Afzien.
Hoe luider uw zorgen, hoe stiller de pijn.
Soms.
Meestal.
Maar ge zijt hier niet alleen.
Het eerste dominoblokje die een tik kreeg.
Iedereen die achter u stond, mee de afgrond in.
En krijg dan, als laatste, maar ‘ns heel die rij weer omhoog.

net als sneeuwvlokjes
die smelten op de grond
zo snel zijt gij vergeten
wat ge zegt of doet
maar net als het grijze
smeltende ijs
zo lang blijf ik nog struikelen
over uw woorden en daden

met uw vinger
op mijn wang
is het net alsof
ge mijn tranen
terug naar hun
plek wil duwen
maar koppig
banen ze zich
toch maar
een weg
naar buiten
verdriet kunt ge beter opvangen

ik zet mijn roze bril op
net zoals ge me zei
maar wat maakt het uit
als de grijze wolken en regen
in ‘n ander kleur
gewoon
even triest blijven

De bomen
laten hun blaadjes dwarrelen
ze zijn gemist van seizoen
En uw warme lieve glimlach
past ook al niet
bij het grijze weer
Dus ik
ik pas mij aan
en huil met de regen mee

ze zeggen soms
wat voor een naar
gevoel het is
als de muren
op u lijken
af te komen
maar het is
nog veel erger
vind ik
als ze steeds maar verder
van u weg
gaan